Naar de hoofdinhoud

AML-verplichtingen van leasingmaatschappijen in België: wettelijk kader, cliëntenonderzoek en AMLR 2027

Belgische financiële leasingmaatschappijen: WGW-verplichtingen, cliëntenidentificatie, verscherpt onderzoek, melding bij de CFI en wat de AMLR 2027 voor deze sector verandert.

Jean-Noël Fameni14 min leestijd
Leasingcontract op een bureau, ter illustratie van de AML-verplichtingen van financiële leasingmaatschappijen in België
Belangrijkste punten
  • Belgische financiële leasingmaatschappijen worden uitdrukkelijk vermeld in artikel 5, §1, 21° van de wet van 18 september 2017 (WGW): zij zijn volwaardige meldingsplichtige instellingen met dezelfde waakzaamheids-, meldings- en bewaringsverplichtingen als kredietinstellingen.
  • De leasingsector kent specifieke witwastechnieken, waaronder overfacturering van uitrusting, circulaire transacties tussen verbonden partijen en het gebruik van stromanmaatschappijen als leasingnemer, die sectorspecifieke detectieregels vereisen.
  • De identificatie van de uiteindelijk begunstigde is een kernverplichting voor elk contract met een rechtspersoon: het UBO-register is een startpunt, maar ontslaat de leasingmaatschappij niet van een rechtstreekse verificatie.
  • De Federale Overheidsdienst Economie (FOD Economie) houdt toezicht op de AML-verplichtingen van erkende financiële leasingmaatschappijen in België, overeenkomstig artikel 85, §1, 5° van de WGW. Een inspectie van de FOD Economie richt zich in de eerste plaats op het cliëntenacceptatiebeleid, de traceerbaarheid van waakzaamheidsbeslissingen en de robuustheid van het transactiebewakingssysteem.
  • Verordening (EU) 2024/1624 (AMLR), van toepassing vanaf 10 juli 2027, zal de waakzaamheidsverplichtingen harmoniseren voor alle leasingmaatschappijen in de EU: Belgische ondernemingen hebben minder dan twaalf maanden om hun aanpassing af te ronden.

In België spelen financiële leasingmaatschappijen een significante economische rol: zij stellen ondernemingen in staat om uitrusting, voertuigen of onroerende goederen te financieren zonder hun eigen vermogen aan te spreken. Deze rol van financiële tussenpersoon plaatst hen, sinds de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (hierna "WGW"), in de categorie van meldingsplichtige instellingen. Artikel 5, §1, 21° van deze wet wijst hen uitdrukkelijk aan: de personen bedoeld in artikel 2, §1, van het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur zijn onderworpen aan het volledige stelsel ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (WGW/FT).

Een hardnekkig misverstand in de sector luidt dat de AML-verplichtingen van leasingmaatschappijen in België minder uitgebreid zouden zijn dan die van banken. De realiteit is anders. De WGW legt leasingmaatschappijen dezelfde pijlers op als andere financiële instellingen: identificatie en verificatie van de cliënt en zijn uiteindelijk begunstigde, individuele risicobeoordeling, doorlopende transactiebewaking, melding van verdachte transacties bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) en bewaring van dossiers gedurende tien jaar. Deze gids beschrijft het toepasselijke stelsel in 2026 en de ontwikkelingen die voor juli 2027 moeten worden geanticipeerd.

Een sector uitdrukkelijk geviseerd door de WGW

De rechtstreekse toepasselijkheid op leasingmaatschappijen

De wet van 18 september 2017 zet in Belgisch recht de vierde antiwitwasrichtlijn om (AMLD4, Richtlijn 2015/849/EU). Artikel 5, §1 somt de meldingsplichtige instellingen uitputtend op. Op de 21e positie van dit artikel staan de personen bedoeld in artikel 2, §1, van het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur, dat wil zeggen de leasingmaatschappijen erkend door de Federale Overheidsdienst Economie (FOD Economie). Deze erkenning vormt het toepassingscriterium. Een maatschappij die financiële leasing uitoefent zonder deze erkenning valt niet onder de 21°, maar kan desalniettemin onder andere categorieën vallen als zij gereguleerde financiële activiteiten uitoefent.

En de factoringmaatschappijen?

Factoringmaatschappijen (factoring) worden als zodanig niet vermeld in artikel 5, §1, 21°. De grote factoringactiviteiten in België worden echter vaak uitgevoerd door dochterondernemingen van kredietinstellingen (meldingsplichtig op grond van de 4°) of door entiteiten die andere gereguleerde financiële activiteiten uitoefenen. Verordening (EU) 2024/1624 (AMLR), van toepassing vanaf 10 juli 2027, neemt factoringactiviteiten uitdrukkelijk op in de definitie van "financiële instellingen" als meldingsplichtige entiteiten, wat de situatie op Europees niveau zal harmoniseren. In afwachting moeten Belgische factoringmaatschappijen hun individuele rechtssituatie toetsen aan de WGW.

Het toezichtskader: de FOD Economie als bevoegde autoriteit

De Federale Overheidsdienst Economie (FOD Economie) is de bevoegde autoriteit voor het AML-toezicht op erkende financiële leasingmaatschappijen, overeenkomstig artikel 85, §1, 5° van de WGW en het koninklijk besluit van 26 mei 2021. Anders dan kredietinstellingen (onder toezicht van de Nationale Bank van België) vallen leasingmaatschappijen onder een afzonderlijk sectoraal toezicht dat door de FOD Economie wordt uitgeoefend.

CriteriumDimensieBevoegde autoriteitToezichtsinstrumenten
AML-verplichtingen (WGW)FOD EconomieInspectie ter plaatse, periodieke vragenlijst, aanbevelingsbrieven
Erkenning / vergunningFOD Economie (koninklijk besluit nr. 55)Inschrijving in het register van erkende leasingmaatschappijen
Marktgedrag / consumentenbeschermingFSMAToezicht op commerciële praktijken en financiële publiciteit
Verdeling van toezichtsbevoegdheden voor financiële leasingmaatschappijen in België.

De FOD Economie publiceert oriëntaties en voert inspecties ter plaatse uit bij erkende financiële leasingmaatschappijen. De CFI verstrekt meldingsplichtige instellingen bovendien typologieën en verdachte indicatoren die rechtstreeks van toepassing zijn op de financiële leasingsector, met name inzake overfacturering en ondoorzichtige aandeelhoudersstructuren.

KYC-waakzaamheidsverplichtingen: identificatie, risico en verscherpt onderzoek

Identificatie en identiteitsverificatie

Voor het sluiten van een leasingcontract is de maatschappij verplicht haar cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren. Voor natuurlijke personen (individuele leasingnemers, ambachtslieden, zelfstandigen) betreft de identificatie de naam, voornaam, geboortedatum en adres. Voor rechtspersonen (vennootschappen, vzw's, buitenlandse entiteiten) omvat de identificatie bovendien de rechtsvorm, de maatschappelijke zetel, de bevoegdheden van de vertegenwoordigers en de uiteindelijk begunstigde(n).

De identificatie van de uiteindelijk begunstigde (UBO) is een afzonderlijke verplichting: de leasingmaatschappij moet elke natuurlijke persoon identificeren die, rechtstreeks of onrechtstreeks, meer dan 25% van de stemrechten of het kapitaal van de leasingnemende vennootschap bezit of controleert. De verificatie gebeurt via het UBO-register, maar dit register volstaat op zichzelf niet: als er tegenstrijdige informatie opduikt of de aandeelhoudersstructuur ondoorzichtig is, zijn aanvullende maatregelen vereist.

Risicobeoordeling en verscherpt onderzoek

De WGW verplicht tot een individuele risicobeoordeling voor elke zakelijke relatie. In de leasingsector verhogen meerdere factoren het risicoprofiel:

Risicofactoren om te bewaken in een leasingdossier

  • Ondoorzichtige aandeelhoudersstructuur

    Vennootschappen met meerdere tussenpersonen, gebruik van stromannen of moeilijk identificeerbare uiteindelijk begunstigde.

  • Leasingnemer zonder zichtbare economische activiteit

    Pas opgerichte vennootschap, zonder personeel, zonder omzet die de financieringsbehoefte rechtvaardigt, of adres zonder fysieke aanwezigheid.

  • Goed gefinancierd aan een ongewoon hoge waarde

    Aankoopprijs die aanzienlijk hoger ligt dan de marktwaarden voor het betrokken type uitrusting.

  • Verzoek tot snelle vervroegde terugbetaling

    Vervroegde beëindiging van het contract kort na het sluiten ervan, met fondsen van niet-gedocumenteerde herkomst, is een klassieke indicator van witwassen via de financiële sector.

  • Verbinding met hoogrisicojurisdicties

    Leverancier van het goed, garant of uiteindelijk begunstigde gevestigd in een derde land dat door de FATF of de EU als strategisch tekortkomend inzake WGW/FT is aangemerkt.

  • Niet-gerechtvaardigde fondsen- of inbrengbron

    Geen geloofwaardige documenten over de herkomst van de fondsen die als aanvulling op de financiering worden ingebracht, of inbreng die duidelijk lager ligt dan de marktpraktijk.

Wanneer een of meer van deze factoren samenkomen, is verscherpt cliëntenonderzoek (EDD) verplicht. Dit omvat een diepgaande verificatie van de fondsenherkomst en het vermogen van de leasingnemer, hiërarchische goedkeuring vóór het sluiten van het contract en een intensievere opvolging van de relatie gedurende de volledige looptijd.

Witwastechnieken eigen aan de leasingsector

Financiële leasing is om structurele redenen een witwasvector: de waarde van gefinancierde goederen kan worden gemanipuleerd, de partijen bij de transactie zijn talrijker (leverancier, leasingnemer, borg, eventuele onderhuurder) en de terugbetalingsstromen vormen een schijnbaar legitieme inkomstenbron zodra het contract loopt.

CriteriumTechniekMechanismeOperationeel waarschuwingssignaal
Overfacturering van het gefinancierde goedDe leverancier en de leasingnemer spreken af om het goed te factureren aan een opgeblazen prijs. Het verschil tussen de werkelijke waarde en het gefinancierde bedrag wordt in contanten aan de leasingnemer uitbetaald.Significant verschil tussen de gefactureerde prijs en de verifieerbare marktwaarden voor hetzelfde type uitrusting.
Circulaire transactieHetzelfde goed is het voorwerp van meerdere transacties tussen verbonden partijen, telkens met een leasingfinanciering die schijnbaar legitieme fondsen genereert.Snelle doorverkoop van het goed aan het einde of tijdens het contract aan een partij met een kapitaalband.
Stromanmaatschappij als leasingnemerEen structuur zonder reële activiteit sluit een leasingcontract af. De betaalde huurprijzen vertegenwoordigen een plaatsing van illegale fondsen, omgezet in schijnbaar legitieme bedrijfskosten.Rechtspersoon-leasingnemers zonder werknemers, zonder actieve exploitatierekening of met onverklaarde financiële stromen.
Vervroegde terugbetaling via cash fondsenHet contract wordt voortijdig beëindigd via een storting in contanten of een overschrijving van onbekende herkomst. De witgewassen fondsen verlaten het circuit als restwaarde terugbetaald door de leasingmaatschappij.Verzoek tot vervroegde beëindiging in de eerste maanden, met terugbetaling via fondsen van niet-gedocumenteerde herkomst.
Voornaamste witwastechnieken in financiële leasingverrichtingen.

De CFI en haar Europese tegenhangers hebben deze mechanismen gedocumenteerd in hun jaarlijkse verslagen en gepubliceerde typologieën. Een transactiebewakingsbeleid dat specifiek is afgestemd op de levenscyclus van een leasingcontract -- van onderschrijving tot terugbetaling of beëindiging -- is aanzienlijk doeltreffender dan een generiek model dat is overgenomen van een kredietinstelling.

Melding bij de CFI en het verbod op informatieverstrekking

Wanneer een leasingmaatschappij een situatie detecteert die aanleiding geeft tot een vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme, is zij verplicht dit te melden bij de CFI via het platform goAML, indien mogelijk vóór de uitvoering van de verrichting. Er is geen tussenfilter voor niet-bancaire financiële instellingen: de melding is rechtstreeks, zonder tussenkomst van een beroepsorgaan of derde.

De gedetailleerde procedure voor het opstellen van een kwaliteitsvolle melding -- termijnen, vereiste inhoud, kanalen -- wordt beschreven in onze gids over de melding bij de CFI.

Bewaring van documenten en auditspoor

De WGW verplicht tot bewaring gedurende tien jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie of de uitvoering van de transactie, van de stukken en informatie betreffende de identificatie van de cliënt en de uiteindelijk begunstigde, alsook van de documenten betreffende de betrokken verrichtingen. Voor een leasingmaatschappij omvat dit het volledige dossier: identiteitsdocumenten, statuten van de leasingnemende vennootschap, uittreksel uit het UBO-register, facturen van de leverancier, risicoanalyse, beslissingen tot verscherpt onderzoek en significante correspondentie.

De bewaring van documenten en het auditspoor vormt een concrete operationele uitdaging: een leasingmaatschappij waarvan de dossiers van 2016 of 2017 onvolledig zijn, riskeert bij een inspectie van de FOD Economie niet te kunnen aantonen dat de vereiste zorgvuldigheidsmaatregelen destijds daadwerkelijk zijn genomen.

Wat de AMLR 2027 verandert voor leasingmaatschappijen

Verordening (EU) 2024/1624 (AMLR), in werking getreden op 9 juli 2024 en van toepassing vanaf 10 juli 2027, is de eerste Europese tekst die rechtstreeks van toepassing is inzake WGW/FT, zonder nationale omzetting. Voor Belgische leasingmaatschappijen brengt zij meerdere significante operationele veranderingen mee.

  1. Inwerkingtreding van de AMLR

    9 juli 2024

    Verordening (EU) 2024/1624 wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. Meldingsplichtige instellingen hebben tot 10 juli 2027 om te voldoen aan de vereisten.

  2. Publicatie van de RTS en ITS van de AMLA

    Juli 2026

    De Autoriteit voor de bestrijding van het witwassen van geld (AMLA) publiceert haar eerste pakket technische reguleringsnormen (RTS), waaronder de geharmoniseerde risicofactoren die van toepassing zijn op alle financiële entiteiten.

  3. Actualisering van het intern beleid

    Vóór 10 juli 2027

    Elke Belgische leasingmaatschappij moet haar waakzaamheidsbeleid, identificatieprocedures en risicoscoringsmodel herzien om ze af te stemmen op de rechtstreeks toepasselijke vereisten van de AMLR en de RTS van de AMLA.

  4. Volledige toepassing van de AMLR

    10 juli 2027

    De AMLR is rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten. De Belgische WGW blijft van toepassing op de domeinen die de AMLR niet rechtstreeks harmoniseert (zoals nationale administratieve sancties en bepaalde procedurele modaliteiten).

Belangrijkste wijzigingen voor de leasingsector:

Geharmoniseerde definitie van meldingsplichtige instellingen. Artikel 2 van de AMLR hanteert een brede definitie van financiële instellingen, waaronder uitdrukkelijk entiteiten die financiële leasing en factoringactiviteiten uitoefenen, ongeacht hun nationaal statuut. Deze verduidelijking maakt een einde aan de verschillen tussen lidstaten over de exacte reikwijdte van de gedekte entiteiten.

Gecodificeerde risicofactoren. De bijlagen van de AMLR en de RTS van de AMLA codificeren de risicofactoren die als verzachtend of verzwarend worden beschouwd voor alle financiële instellingen. Leasingmaatschappijen moeten deze geharmoniseerde factoren integreren in hun scoringsmatrices, ter vervanging van de nationale lijsten die momenteel van kracht zijn.

Versterkte traceerbaarheid van waakzaamheidsbeslissingen. De AMLR formaliseert de verplichting om elke beslissing over het waakzaamheidsniveau (standaard, verscherpt, vereenvoudigd) en de onderliggende elementen te documenteren. Deze verplichting geldt voor de volledige levenscyclus van het leasingcontract.

Beheer van zakelijke relaties met een hoog risico. Voor dossiers geclassificeerd als verscherpt onderzoek verplicht de AMLR tot goedkeuring door een lid van de directie (senior management) vóór het aangaan of voortzetten van de relatie. Leasingmaatschappijen die dit goedkeuringscircuit niet hebben geformaliseerd, moeten dit vóór juli 2027 invoeren.

Meer weten

Belgische financiële leasingmaatschappijen maken deel uit van een breder AML-regelgevend ecosysteem. De volgende verwante gidsen verdiepen de verplichtingen die van toepassing zijn op hun situatie:

Veelgestelde vragen

Zijn financiële leasingmaatschappijen meldingsplichtige instellingen onder de WGW in België?

Ja. Artikel 5, §1, 21° van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme verwijst uitdrukkelijk naar de personen bedoeld in artikel 2, §1, van het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur. Deze maatschappijen zijn dus volwaardige meldingsplichtige instellingen met volledige verplichtingen inzake identificatie, waakzaamheid, melding bij de CFI en bewaring van dossiers.

Wie houdt toezicht op de Belgische leasingmaatschappijen voor hun AML-verplichtingen?

De Federale Overheidsdienst Economie (FOD Economie) is de bevoegde autoriteit voor het AML-toezicht op erkende financiële leasingmaatschappijen in België, overeenkomstig artikel 85, §1, 5° van de wet van 18 september 2017 en het koninklijk besluit van 26 mei 2021. De FOD Economie kan inspecties uitvoeren met betrekking tot het cliëntenacceptatiebeleid, de risicokartering, de transactiebewaking en de traceerbaarheid van waakzaamheidsbeslissingen.

Welke witwastechnieken komen specifiek voor in de leasingsector?

De meest voorkomende technieken in de sector zijn de overfacturering van uitrusting (het goed wordt gefinancierd boven de werkelijke waarde, het verschil wordt in contanten ontvangen), circulaire transacties (hetzelfde goed wordt meerdere keren doorverkocht tussen verbonden partijen om schijnbaar legitieme middelen te genereren), de leasingnemer als stromanmaatschappij (een structuur zonder reële activiteit sluit een leasingcontract af om illegale middelen te integreren als schijnbaar legitieme bedrijfskosten), en vervroegde terugbetalingen met fondsen van onbekende herkomst.

Houdt een leasingcontract zonder eigen inbreng een bijzonder AML-risico in?

Ja. Het ontbreken van een eigen inbreng of een abnormaal lage inbreng is een risicofactor die in de individuele cliëntenbeoordeling in aanmerking moet worden genomen. In combinatie met andere indicatoren, zoals een slecht gedocumenteerde fondsenherkomst of een handelsadres zonder zichtbare activiteit, kan dit de toepassing van verscherpt cliëntenonderzoek rechtvaardigen en, als het vermoeden aanhoudt, een melding bij de CFI.

Wat verandert de AMLR 2027 voor Belgische leasingmaatschappijen?

Verordening (EU) 2024/1624 (AMLR), van toepassing vanaf 10 juli 2027, harmoniseert de waakzaamheidsverplichtingen op Europees niveau voor alle meldingsplichtige instellingen, inclusief leasingmaatschappijen. Ze introduceert geharmoniseerde risicofactoren, versterkt de traceerbaarheidsvereisten voor waakzaamheidsbeslissingen en legt formele interne procedures op voor het beheer van zakelijke relaties met een hoog risico. De AMLR is rechtstreeks van toepassing zonder nationale omzetting, waardoor de verschillen tussen lidstaten worden weggewerkt.

Hoe moeten leasingmaatschappijen de uiteindelijk begunstigde van een rechtspersoon-cliënt identificeren?

Wanneer de leasingnemer een vennootschap of andere juridische entiteit is, moet de leasingmaatschappij de uiteindelijk begunstigde(n) identificeren, dat wil zeggen de natuurlijke personen die uiteindelijk meer dan 25% van de stemrechten of het kapitaal bezitten of controleren. Deze verificatie steunt op het UBO-register (Register van uiteindelijk begunstigden), maar vervangt geen rechtstreekse bevraging. Als er tegenstrijdige informatie blijkt of de aandeelhoudersstructuur ondoorzichtig is, zijn aanvullende maatregelen vereist.

Verder lezen

Verwante artikelen

    Wij respecteren uw privacy

    Wij gebruiken cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de site en, met uw toestemming, cookies voor geanonimiseerde bezoekersmeting (gehost in de EU) om onze diensten te verbeteren. Meer weten.